Bijzondere gevallen en uitzonderingen

Er zijn een aantal uitzonderingen op de nieuwe regels. Deze zijn er, omdat niet altijd van u of van anderen verlangd kan worden dat er (voldoende) kinderzitjes voorhanden zijn of geplaatst kunnen worden. Uiteraard is het altijd verstandig om voor de meest veilige manier van vervoer te kiezen. En bijvoorbeeld een kinderzitje mee te geven wanneer uw kind met iemand anders meerijdt.

Let op: kinderen jonger dan 3 jaar mogen uitsluitend vervoerd worden in een kinderzitje (dit geldt niet in een taxi of bus).

Vanaf 1 mei 2008 geldt dat er in auto’s die op alle plaatsen gordels hebben niemand meer zonder gordels mag worden vervoerd. Het aantal passagiers mag dan dus niet groter zijn dan het aantal gordels. Zijn er bijvoorbeeld achterin drie gordels, dan mogen daar niet meer dan drie kinderen zitten.

Te weinig plaats

Als er op de achterbank van de auto al twee kinderzitjes in gebruik zijn, is er vaak geen plaats meer voor een derde. In dat geval mag een kind op de overgebleven zitplaats de gordel gebruiken.

Vervoer van 'andere' kinderen

Van ouders en pleegouders wordt verwacht dat ze voor hun eigen kind een kinderzitje in de auto hebben. Maar er rijden misschien ook wel eens andere kinderen mee. Voor hen kan niet altijd een kinderzitje aanwezig zijn. Bij dit soort incidenteel vervoer over beperkte afstand (dus niet op een vakantiereis) volstaat gebruik van de gordel op de achterzitplaatsen voor kinderen vanaf 3 jaar (maar niet de eigen kinderen). Als dit regelmatig voorkomt, is het veel veiliger om toch voor een of meer extra kinderzitjes te zorgen.

Taxi- en busvervoer

In bussen en op de achterbank van een taxi is een kinderzitje niet verplicht. Kinderen vanaf 3 jaar en volwassenen moeten dan, voor zover aanwezig, de gordels gebruiken en kinderen jonger dan 3 jaar mogen in dat geval vrij worden vervoerd. Neem bij voorkeur geen kind op schoot, want dat is riskant bij een frontale botsing.

 
 
Meetlint